Dorpskerk Katwijk aan den Rijn

Zondagochtend 12 april 2026 om 10 uur

Voorganger: ds. B.F. Bakelaar

Organist: Julian Jonker

Orgelspel

Welkom & afkondigingen

Intochtslied Psalm 111: 1 (staande)
1. Van ganser harte loof ik Hem
in ’t midden van Jeruzalem,
den Heer in ’t midden der getrouwen.
Groot zijn de daden van den Heer,
Hij doet wie lust heeft aan zijn leer
de schoonheid van zijn heil aanschouwen.

Stil gebed – Votum & Groet

Kinderlied

Kindermoment
het Kinderkerk-thema van deze zondag:
“Samuël gekregen en gegeven” (1 Samuël 1:1-2:11)
De kinderen gaan naar de Younited kinderkerk

Tien Geboden uit Exodus 20: 1-17 (NBV21)
1 Toen sprak God deze woorden:
2 ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
3 Vereer naast Mij geen andere goden.
4 Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 5 Kniel er niet voor neer en vereer ze niet, want Ik, de HEER, uw God, duld geen ontrouw. Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht; 6 maar als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik mijn trouw tot in het duizendste geslacht.
7 Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat Hij niet vrijuit gaan.
8 Houd de sabbat in ere als een heilige dag. 9 Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 10 maar de zevende dag is de sabbat, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. 11 Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte Hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en geheiligd.
12 Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
13 Pleeg geen moord.
14 Pleeg geen overspel.
15 Steel niet.
16 Leg over een ander geen vals getuigenis af.
17 Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’

Psalm 19: 3 (DNP)
3. Volkomen is Gods wet:
een boodschap zonder smet,
een goed getuigenis,
een woord dat wijsheid geeft
aan wie gehoorzaam leeft,
aan wie eenvoudig is.
Wat Hij van ons verwacht
geeft nieuwe levenskracht;
het maakt ons opgetogen.
Recht is het woord van God,
loepzuiver zijn gebod:
een licht voor onze ogen.

Gebed

Bijbellezing Lukas 24: 13-35 (NBV21)
13 Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar Emmaüs, een dorp dat zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15 Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16 maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden. 17 Hij vroeg hun: ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 19 Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21 Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen vertellen dat er engelen aan hen waren verschenen, die zeiden dat Hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25 Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.
28 Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. 29 Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging met hen mee en bleef bij hen. 30 Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31 Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik. 32 Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33 Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34 die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’ 35 De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Gezang 72: 1 t/m 3 (LvdK)
1. Gij volgt ons uit Jeruzalem
en spreekt zodat ons in uw stem
waar Gij de schriften opendoet,
het woord van den beginne groet.

2. Zo zult Gij ons terzijde gaan;
want Gij zijt waarlijk opgestaan,
in ’t breken van ons brood zijt Gij
ons in ons eigen huis nabij.

3. O Heer, tot U zo bidden wij,
blijf in ons midden, wees nabij,
steek Gij ons dorre hart in brand
al zijn wij traag door onverstand.

Verkondiging thema: “Gij volgt ons uit Jeruzalem”

Lied 52: 1 t/m 7 (Weerklank)
1. Traag waren onze harten,
te traag om te verstaan
waarom Gij, man van smarten,
dat leed moest ondergaan.

2. Slechtziende onze ogen:
hoe waren wij verblind,
toen Gij voorbij kwam lopen,
een vreemdeling, een vriend.

3. En onze lege handen
ontvingen in dat uur,
zodat ons hart ging branden
en vonkte van nieuw vuur.

4. Heer, onze stille tongen
die vatten vrolijk vlam,
toen wij de lofzang zongen
en Gij het brood opnam.

5. En onze open monden
die zegenden uw naam,
toen wij verbaasd de wonden
diep in U zagen staan.

6. En onze moede voeten
die vlogen vliegensvlug
om treurenden te groeten:
De Heer is weer terug!

7. Hoe branden onze harten,
zij hunkeren te gaan,
te zingen door de landen –
De Heer is opgestaan!

Kinderen komen terug in de kerk

Dank & voorbeden

Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Diaconie Mercy Ships


(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/Wero)

Slotlied Lied 167: 1 t/m 4 (Weerklank) (staande)
1. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
die jubelt door Jeruzalem.
Een heerlijk morgenlicht breekt aan,
de Zoon van God is opgestaan.

2. Geen graf hield Davids Zoon omkneld,
Hij overwon, die sterke Held.
Hij steeg uit ’t graf door ’s Vaders kracht,
want Hij is God, bekleed met macht.

3. Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan.
Wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en duivel niet.

4. Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan;
een leven, door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid.

Zegen | “Amen, amen, amen”

Uitleidend orgelspel