Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Zondagochtend 22 maart 2026 om 10 uur
Voorganger: drs. J. Wienen
Organist: Wim Hagen
Orgelspel
Welkom & afkondigingen
Intochtslied Psalm 121: 1 & 2 (staande)
1. Ik sla mijn ogen op en zie
de hoge bergen aan,
waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp is van mijn Here, die
dit alles heeft geschapen.
Mijn herder zal niet slapen.
2. Uw wank’le voeten zet Hij vast,
als gij geen uitkomst ziet:
uw wachter sluimert niet!
Zijn oog wordt door geen slaap verrast,
Hij wil, als steeds voor dezen,
Israëls wachter wezen.
Stil gebed – Votum & Groet
Psalm 121: 4
4. De Heer zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed,
Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren,
in eeuwigheid bewaren.
Kinderlied Kinderopwekking 233 “God heeft een plan”
Kindermoment
het Kinderkerk-thema van deze zondag:
“Jezus wordt gekruisigd” (Matteüs 27: 33-44)
De kinderen gaan naar de Younited kinderkerk
Leefregels
Gezang 435: 2 & 4 (LvdK)
2. Heer, ons lot is in uw handen,
en het is uw hartewens,
naar uw beeld ons te verandren,
Jezus Christus, nieuwe mens.
O Gij zijt ons zeer genegen,
ook al doet uw liefde pijn
en al smaalt men allerwegen,
dat wij uw gevangnen zijn.
4. Kom toch om de macht te breken
van de vorst der duisternis;
geef in ons bestaan een teken,
dat de zege zeker is;
hef ons op uit onze zonden,
werp de duivlen bij ons uit,
want de vrijheid moet gevonden, –
Heer, vervul Gods raadsbesluit!
Gebed
1e Bijbellezing Jesaja 53 (NBV21)
1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2 Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
als een scheut uit dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
3 Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg
en door ons werd verguisd en geminacht.
4 Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
De straf die hij onderging bracht ons vrede,
zijn striemen gaven ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
8 Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
9 Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
10 Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor de schuld van anderen,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
11 Na het lijden dat hij moest doorstaan,
zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.
Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich.
12 Daarom ken Ik hem een plaats toe onder velen
en zal hij met machtigen delen in de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood
en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op.
Psalm 22: 1
1. Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijf zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.
2e Bijbellezing Mattheüs 26: 36-46 (NBV21)
36 Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, Ik ga daar bidden.’ 37 Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen Hij bedroefd en angstig begon te worden, 38 zei Hij tegen hen: ‘Ik ben diepbedroefd, tot stervens toe. Blijf hier met Mij waken.’ 39 Hij liep nog een stukje verder, liet zich voorover vallen op de grond en bad: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.’ 40 Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met Mij waken? 41 Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ 42 Voor de tweede maal liep Hij bij hen vandaan en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan Mij voorbijgaat zonder dat Ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals U het wilt.’ 43 Toen Hij terugkwam, zag Hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. 44 Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. 45 Daarna voegde Hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het ogenblik is nabij waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars. 46Sta op, laten we gaan; kijk, hij die Mij uitlevert, is al vlakbij.’
Lied 118: 1, 2 & 4 (ELB)
1. Hij kwam bij ons, heel gewoon,
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
2. En in de tuin van de pijn
verkoos Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet
maar toch zei Hij: ‘Uw wil geschied’.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
4. Wij willen worden als Hij.
Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er ned’rig en klein?
Die zal bij ons de grootste zijn.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
Verkondiging
Gezang 180 (LvdK)
1. Gethsémane, die nacht moest eenmaal komen.
De Heiland heeft bewust die weg genomen.
Hij laat zijn doel niet los, wijkt niet terzijde,
aanvaardt het lijden.
2. Hoe dichtbij is de hof, waar Gij gewaakt hebt;
verstaanbaar is de klacht, die Gij geslaakt hebt.
Nog leeft de haat, die U kwam overvallen:
zo zijn wij allen.
3. Wie heeft gewaakt van die het naaste stonden?
Hij heeft hen driemaal slapende gevonden.
Hij ging terug en heeft alleen geleden,
eenzaam gebeden:
4. Laat Vader, deze beker Mij voorbijgaan;
waar zijn de eng’len die Mij kunnen bijstaan?
Maar, zo Ik niet dit lijden mag ontvlieden,
uw wil geschiede.
5. Altijd zal Jezus weer in doodsstrijd wezen,
tot aan het eind der wereld moet Hij vrezen,
zijn eigen jongeren in slaap t’ ontdekken.
Wat zou hen wekken?
6. In angst en tranen werd zijn strijd gestreden.
Toen kon Hij toebereid naar voren treden.
De duisternis kon, wat zij mocht verzinnen,
Hem niet verwinnen.
7. Hier zijn wij, Heer, een afgeweken schare,
wij, die zo zorgeloos, zo ontrouw waren.
Verander ons en reinig onze harten,
o Man van smarten!
Kinderen komen terug in de kerk
Paasproject
Dank & voorbeden
Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Diaconie Project 10:27
(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/Wero)
Slotlied Gezang 461: 2, 5, 6 & 7 (LvdK) (staande)
2. O wond’re liefd’, o wijsheid Gods,
toen zond’ ons ’t licht benam,
hebt Gij ’t verlossend pad gebaand:
een tweede Adam kwam.
5. Hij die voor ons gestreden heeft
alleen, man tegen man,
als God en mens geleden heeft
wat niemand lijden kan,
6. in het verborg’ne van de hof,
aan ’t kruis in stervensnood,
heeft Hij aan ons de weg geleerd
door lijden en door dood.
7. O hoogt’ en diepte, loof nu God,
aanbidt zijn heiligheid!
Zijn woord werd nimmer nog gepeild,
zijn weg is veiligheid.
Zegen | “Amen, amen, amen”
Uitleidend orgelspel
