9.50 uur (voorafgaand aan de dienst) Paasmedley:
Hemelhoog 169: 1 & 4
1. Daar juicht een toon,
daar klinkt een stem,
die galmt door gans Jeruzalem.
Een heerlijk morgenlicht breekt aan:
de Zoon van God is opgestaan!
4. Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
een leven door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid.
Gezang 215: 1 & 3
1. Christus, onze Heer, verrees, halleluja!
Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!
Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,
bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!
3. Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
heeft verzoening ons bereid, halleluja!
Nu is Hij der heem’len Heer, halleluja!
Eng’len juub’len Hem ter eer, halleluja!
Hemelhoog 170: 1, 2, 4 & 7
(Allen:)
De Heer’ is waarlijk opgestaan, halleluja!
(Allen:)
1. Jezus deed de dood teniet.
Zing daarom het hoogste lied.
De Heer’ is waarlijk opgestaan, halleluja!
(Vrouwen:)
2. Vrouwen uit Jeruzalem,
kwamen vroeg en zochten Hem.
De Heer’ is waarlijk opgestaan, halleluja!
(Mannen:)
4. Maar een engel sprak hen aan:
‘Die gij zoekt is opgestaan.’
De Heer’ is waarlijk opgestaan, halleluja!
(Allen:)
7. Zoekt Hem bij de doden niet,
maar zingt mee het hoogste lied.
De Heer’ is waarlijk opgestaan, halleluja!
Hemelhoog 171: 1 & 3
1. Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft.
die vol ontferming ieder
troost en alle schuld vergeeft,
die heel het aards gebeuren
vast in handen heeft.
Hem zij de glorie,
want Hij die overwon,
zal nooit verlaten wat zijn hand begon.
Halleluja. Geprezen zij het Lam,
dat de schuld der wereld op zich nam.
3. Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht,
dat uitstraalt van het kruis,
dat eens voor ons werd opgericht.
En voor ons oog verrijst
een heerlijk vergezicht.
Hem zij de glorie,
want Hij die overwon,
zal nooit verlaten wat zijn hand begon.
Halleluja. Geprezen zij het Lam,
dat de schuld der wereld op zich nam.
Welkom & afkondigingen
Intochtslied Gezang 221: 1 & 2 (staande)
1. Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
morgen der verrijzenis,
bij wiens licht de macht der hel verslagen
en de dood vernietigd is!
Here Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld, schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee
van der zaal’gen sabbatsvreê!
2. Op uw woord, o Leven van ons leven,
werpen wij het doodskleed af!
Door de kracht uws Geestes uitgedreven,
treden w’ uit ons zondengraf.
Leer ons daag’lijks, leer ons duizendwerven,
in uw kruisdood meegekruisigd sterven,
en herboren – opgestaan,
achter U ten hemel gaan!
Stil gebed – Votum & Groet
Toelichting liturgisch bloemstuk
Binnendragen en aansteken nieuwe paaskaars
Openingstekst “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29)
Kinderlied Kinderopwekking 232
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Wij vieren feest
om wat Hij heeft gedaan.
Wij vieren feest,
omdat Jezus weer leeft.
Jezus is opgestaan!
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Wij vieren feest
om wat Hij heeft gedaan.
Wij vieren feest,
omdat Jezus weer leeft.
Jezus is opgestaan!
Hij heeft de dood overwonnen,
ons van de zonde bevrijd.
Hij stierf maar dit is het wonder:
Hij leeft in eeuwigheid
Dus zing ik:
Halleluja, prijs de Heer
prijs zijn grote naam.
En zing ik: Halleluja,
prijs de grote Koning.
Jezus is opgestaan!
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Wij vieren feest
om wat Hij heeft gedaan.
Wij vieren feest,
omdat Jezus weer leeft.
Jezus is opgestaan!
Hij heeft de dood overwonnen,
ons van de zonde bevrijd.
Hij stierf maar dit is het wonder:
Hij leeft in eeuwigheid
Dus zing ik:
Halleluja, prijs de Heer
prijs zijn grote naam.
En zing ik: Halleluja,
prijs de grote Koning.
Jezus is opgestaan!
Dus zing ik:
Halleluja, prijs de Heer
prijs zijn grote naam.
En zing ik: Halleluja,
prijs de grote Koning.
Jezus is opgestaan!
Jezus is opgestaan!
Paasproject “Tussen vrees en vreugde”
De kinderen gaan naar de Younited kinderkerk en komen niet terug in de kerk
Gebed
Bijbellezing Johannes 20: 11 t/m 29 (NBV21)
11 Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.
19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’ 20 Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
24 Een van de twaalf, Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij, 27 en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Opwekking 47
Omdat Hij leeft,
ben ik niet bang voor morgen.
Omdat Hij leeft, mijn angst is weg.
Omdat ik weet, Hij heeft de toekomst.
En het leven is het leven waard
omdat Hij leeft.
Because He lives,
I can face tomorrow.
Because He lives, my fear is gone.
Because I know, He holds the future.
And life is worth the living,
just because He lives.
Omdat Hij leeft,
ben ik niet bang voor morgen.
Omdat Hij leeft, mijn angst is weg.
Omdat ik weet, Hij heeft de toekomst.
En het leven is het leven waard
omdat Hij leeft.
Verkondiging
Opwekking 630 “Vader, U bent goed”
Op elk moment van mijn leven
in voor- of tegenspoed
aanbid ik U, mijn Jezus
en dank U voor Uw bloed.
Ik vind kracht in U, mijn Vader,
als ik heel dicht bij U ben.
Mijn hart en mijn gedachten
worden warm als ik bedenk:
Vader, U bent goed,
U bent heilig, U bent liefde.
Jezus, U bent groot,
U bent sterker dan de dood.
Vader, deze dag geef ik mijzelf aan U
en ik zing met heel mijn hart:
‘ik hou van U’.
Op elk moment van mijn leven
bij dag en bij nacht.
Wil ik Uw woorden lezen
en dragen in mijn hart.
In de stormen van mijn leven,
in de regen, in de kou,
wil ik schuilen in Uw vrede,
wil ik rusten in Uw trouw.
Vader, U bent goed,
U bent heilig, U bent liefde.
Jezus, U bent groot,
U bent sterker dan de dood.
Vader, deze dag geef ik mijzelf aan U
en ik zing met heel mijn hart:
‘ik hou van U’.
Vader, U bent goed,
U bent heilig, U bent liefde.
Jezus, U bent groot,
U bent sterker dan de dood.
Vader, deze dag geef ik mijzelf aan U
en ik zing met heel mijn hart:
‘ik hou van U’.
Vader deze dag geef ik mijzelf aan U
en ik zing met heel mijn hart:
‘Ik hou van U’.
OPENBARE BELIJDENIS VAN GELOOF
Formulier geloofsbelijdenis
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, deze broeders en zusters verlangen nu in uw midden persoonlijk en openlijk belijdenis van het geloof af te leggen, opdat zij mogen delen in de volle gemeenschap van de kerk. Zij worden hierdoor tot het Heilig Avondmaal toegelaten en dragen medeverantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente van Christus.
Wij geloven en belijden dat God in Christus Zijn kinderen vergadert uit alle rassen en volken en hen verenigt tot één lichaam, waarvan Jezus Christus het hoofd is en wij de leden zijn. In de Heilige Doop wordt ons betuigd en verzegeld, dat wij in Gods genadeverbond opgenomen zijn. Daarom behoren wij als leden van Christus’ gemeente gedoopt te zijn. Daarmee dragen wij zijn merk- en veldteken. In het Heilig Avondmaal, waar Christus ons brood en wijn geeft als tekenen en zegelen van Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed, verbindt Hij ons telkens opnieuw tot de waarachtige gemeenschap met Zichzelf en met elkaar. Zo verenigd met Christus, zijn wij geroepen met woord en daad Hem te belijden als Heere en Heiland, en Gods Koninkrijk te verkondigen en te verwachten.
Hemelhoog 479: 1 & 2
1. Heer, U bent mijn leven,
de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg,
de waarheid die mij leidt.
Uw woord is het pad,
de weg waarop ik ga,
zolang U mij adem geeft,
zolang als ik besta.
Ik zal niet meer vrezen,
want U bent bij mij.
Heer, ik bid U, blijf mij nabij.
2. ’k Geloof in U, Heer Jezus,
geboren uit de maagd,
eeuw’ge Zoon van God,
die mens werd zoals wij.
U die stierf uit liefde,
leeft nu onder ons:
één met God de Vader
en verenigd met uw volk;
tot de dag gekomen is
van uw wederkomst,
dan brengt U ons thuis in Gods rijk.
Vragen
De kerkenraad heeft, na gevraagd te hebben naar uw geloof en kennis van de waarheid, met vertrouwen en blijdschap in uw voornemen toegestemd. Daarom verzoek ik u, broeders en zusters, die nu belijdenis van het geloof wilt afleggen, op te staan en in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis van de vaderen te antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste Belijdt u te geloven in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere en in de Heilige Geest?
Ten tweede Aanvaardt u de roeping om, als lid van de gemeente, die God Zich in Christus tot het eeuwige leven verkoren heeft, door Zijn genade tegen de zonde en de duivel te strijden, uw Heiland te volgen in leven en sterven, Hem te belijden voor de mensen en met blijdschap te arbeiden in Zijn Koninkrijk?
Ten derde Wilt u, in de gemeenschap van de Protestantse Kerk in Nederland en onder haar opzicht, getrouw zijn onder de bediening van het Woord en de sacramenten, volharden in het gebed en het lezen van de Heilige Schrift, en wilt u met de u geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus?
Zegen
Marieke Beekhuis
Jonathan ten Hove
Nick van Egmond
Chantal van Egmond-de Best
Judith Guijt
Jessica Verhoef-Guijt
Arie Kraaijenoord
Jessica van Krimpen-Kraaijenoord
Rosalie Meijvogel
Marijne Schaap
Formulier geloofsbelijdenis
Gemeente van Jezus Christus, nu u de belijdenis van deze broeders en zusters hebt gehoord en hun toelating tot het Heilig Avondmaal hebt vernomen, bevelen wij hen aan in uw liefde en zorg, als leden, die met ons één zijn in de Heer. Gedenk de woorden van onze Heere Jezus Christus: Een nieuw gebod geef ik u dat u elkander liefhebt, gelijk Ik u liefgehad heb, dat u ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat u discipelen van Mij zijt, indien u liefde hebt onder elkander.
Psalm 134: 3 (OB) (staande)
3. Dat ’s HEEREN zegen op u daal’;
Zijn gunst uit Sion u bestraal’;
Hij schiep ’t heelal, Zijn naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren HEER
Gezamenlijke brief belijdeniscatechisanten
Opwekking 901 “Ik geloof”
Sinds het begin, Heer,
bent U onveranderd:
God van eeuw tot eeuw,
wie U was bent U nog steeds.
Bij elk mysterie,
bij twijfels en vragen,
rust ik veilig in uw wil.
Ik vertrouw U des te meer.
Ik geloof: U bent die U zegt dat U bent,
U doet wat U zegt dat U doet.
Zo bent U. U bent altijd trouw, Heer.
Ik geloof
dat U al een weg hebt gebaand
om dwars door de zee heen te gaan,
recht naar U. U bent altijd trouw, Heer.
Heer, U bent voor mij,
U sterkt en omringt mij.
Elk woord dat U spreekt,
is een woord dat U nooit breekt.
U bent mijn anker,
de rots die nooit wankelt.
Mijn God, die nooit bezwijkt,
U houdt stand en wint altijd.
Ik geloof: U bent die U zegt dat U bent,
U doet wat U zegt dat U doet.
Zo bent U. U bent altijd trouw, Heer.
Ik geloof
dat U al een weg hebt gebaand
om dwars door de zee heen te gaan,
recht naar U. U bent altijd trouw, Heer.
Ik geloof… ik geloof…
dat wij door uw bloed vergeven zijn,
uw striemen mijn genezing zijn
en uw beloften waarheid zijn.
Ik geloof, ik geloof.
U bent opgewekt in majesteit.
Diezelfde kracht leeft nu in mij:
opnieuw geboren, ben ik vrij.
Ik geloof, ik geloof.
U verbreekt de poorten van de hel.
Uw kerk is sterk, gezond en wel;
uw goede nieuws wordt nóg verteld.
Ik geloof, ik geloof.
En straks komt die dag, de hemel juicht,
dan daalt U neer en straalt uw Bruid.
Ik kijk verlangend naar U uit.
Ik geloof, ik geloof.
Ik geloof: U bent die U zegt dat U bent,
U doet wat U zegt dat U doet.
Zo bent U. U bent altijd trouw, Heer.
Ik geloof
dat U al een weg hebt gebaand
om dwars door de zee heen te gaan,
recht naar U. U bent altijd trouw, Heer.
Ik geloof…
Ik geloof…
Eenmaal is mijn aardse reis voorbij,
zal ik voor altijd bij U zijn –
en niets dat mij nog van U scheidt.
Ik geloof, ik geloof.
Elke stam en taal zingt tot uw eer.
Het Lam troont hoog, wij knielen neer.
U bent heilig, heilig, heilig Heer.
Ik geloof, ik geloof.
Dank & voorbeden
Collecte:
1. Diaconie ZOA – Vredesopbouw in Tigray, Ethiopië
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters
(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/Wero)
Slotlied Hemelhoog 200 (staande)
1. U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen, daald’ een engel af,
heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
2. Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren, blij en welgezind,
en zegt telkenkere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
3. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zegen | “Amen, amen, amen”
Uitleidend orgelspel
U kunt de belijdeniscatechisanten feliciteren in de doopkapel
✿ Bloemlegging op het graf ✿
