Dorpskerk Katwijk aan den Rijn

Zondagavond 3 maart 2024 om 18:30 uur

Voorganger: ds. E.J. de Groot

Organist: Sjaak van Duijn

Orgelspel

Welkom & afkondigingen

Intochtslied Weerklank 155:1, 2 en 3 (staande)
1. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders,
waar is toch uw almacht thans,
waar uw goddelijke glans?

2. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en zijn sterven zaligt mij.

3. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis.
Zou ik dan in droeve dagen
troostloos klagen?
Als ik naar zijn kruis mij richt,
valt mijn eigen last mij licht.

Stil gebed – Votum & Groet

Psalm 116:2, 3 en 4
2. Toen de benauwdheid dreigend op mij viel
en angsten voor het doodsrijk mij bekropen,
heb ik de naam des Heren aangeroepen
en weende; Heer mijn God, bewaar mijn ziel!

3. Hij is goedgunstig in gerechtigheid,
Hij wil zich altijd over ons ontfermen.
Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.
Rust nu, mijn ziel, de Heer heeft u bevrijd.

4. O God, mijn God, die van de dood mij redt,
mijn tranen afwist! Voor het oog des Heren
mag ik weer vrij in ‘s levens land verkeren,
geen steen die stoot waar ik mijn voeten zet.

Geloofsbelijdenis

Psalm 25:6
6. Wie heeft lust de Heer te vrezen,
‘t allerhoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
Wie het heil van Hem verwacht
zal het ongestoord verwerven,
en zijn zalig nageslacht
zal ‘t gezegend aardrijk erven.

Gebed

Schriftlezing Lukas 23:26-43 (HSV)
26 En toen zij Hem wegleidden, grepen zij een zekere Simon van Cyrene, die van de akker kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen.
27 En een grote menigte van volk volgde Hem; ook een menigte van vrouwen, die zich op de borst sloegen en Hem beklaagden.
28 En Jezus keerde Zich naar hen om en zei: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen,
29 want zie, er komen dagen waarin men zal zeggen: Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben, en de borsten die niet gezoogd hebben.
30 Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen de bergen: Val op ons, en tegen de heuvels: Bedek ons.
31 Want als zij dit doen met het groene hout, wat zal er dan met het dorre gebeuren?
32 En er werden ook twee anderen weggeleid, misdadigers, om met Hem ter dood gebracht te worden.
De kruisiging
33 Toen zij op de plaats kwamen die Schedel genoemd werd, kruisigden ze Hem daar, met de misdadigers, de één aan de rechter- en de ander aan de linkerzijde.
34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.
35 En het volk stond toe te kijken. En met hen beschimpten ook hun leiders Hem. Zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij nu Zichzelf verlossen als Hij de Christus is, de Uitverkorene van God.
36 En ook de soldaten kwamen Hem bespotten en brachten Hem zure wijn.
37 En zij zeiden: Als U de Koning van de Joden bent, verlos dan Uzelf.
38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: DIT IS DE KONING VAN DE JODEN.
39 En een van de misdadigers die daar hingen, lasterde Hem en zei: Als U de Christus bent, verlos dan Uzelf en ons.
40 Maar de andere antwoordde en bestrafte hem: Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat?
41 En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
42 En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.
43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.

Weerklank 140:1 en 4
1. Als ik in gedachten sta
bij het kruis van Golgotha,
als ik hoor wat Jezus sprak,
voor zijn oog aan ’t kruishout brak,

4. Zie ik, hoe gena ontving,
die met Hem aan ’t kruishout hing,
dan bid ik aan Hem gelijk,
‘Heer, gedenk mij in uw rijk!’

Verkondiging

Psalm 31:15
15. Hoe groot is ‘t goed, dat Gij, o Heer,
hebt weggelegd voor hem,
die acht slaat op uw stem.
Gij zijt voor wie zich tot U keren
een schuilplaats uit den hoge
voor aller mensen ogen.

Dank & voorbeden

Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters


(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app)

Slotlied Lied 104:1 en 2 (OTH’05) (staande)
1. Mijn Jezus, ik hou van U,
ik noem U mijn Vriend.
Want U nam de straf op U
die ik had verdiend.
De grote Verlosser,
mijn Redder bent U;
‘k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

2. Mijn Jezus, ik hou van U,
want U hield van mij.
Toen U aan het kruis hing,
een wond in uw zij.
Voor mij de genade,
een doornenkroon voor U;
‘k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Zegen | “Amen, amen, amen”

Uitleidend orgelspel