Stille Week 2026 | Dorpskerk
In de Stille Week, onderweg naar Pasen, houden we elke avond een korte viering in de Dorpskerk. We staan samen stil bij het lijden van onze Heer Jezus Christus. Het thema is dit jaar Lijden in Liefde. We volgen dit jaar het evangelie van Johannes waarin veel verteld wordt over de liefde die Jezus drijft en die zichtbaar wordt in de dingen die Hij zegt en doet.
Vanaf maandag 30 maart tot en met zaterdag 4 april is er iedere avond om 19.30 uur een kort moment met een overdenking, muziek en stilte. Op vrijdagavond zullen we samen het Heilig Avondmaal vieren. Op zondag Eerste Paasdag bent u ook van harte welkom om samen met ons in de (belijdenis)dienst het feest van de opgestane Heer te vieren. Met zang, muziek en een verkondiging door dominee Roelofse. Aansluitend leggen we traditiegetrouw bloemen op de begraafplaats achter de kerk als teken dat de dood niet het laatste woord heeft.
Stille Week viering
Maandag 30 maart 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: ds. Rien Roelofse
Organist: Corné van Duijvenvoorde
We bereiden ons voor in stilte
Begroeting
Wij begroeten elkaar in de naam van onze Heer, die in grote liefde Zijn leven heeft gegeven voor Zijn vrienden.
Toelichting op de liturgische bloemschikking
We zingen Gezang 177: 1, 4 & 6 (LvdK)
1. Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
o liefde die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar moest lijden.
4. God is rechtvaardig, ja, een God der wrake;
en Hij is liefde, Hij wil zalig maken.
zie hier de schalen die ten volle wegen
èn vloek èn zegen.
6. Daar G’ U voor mij hebt in de dood gegeven,
hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven?
Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden
mijn hart niet wijden?
Bijbellezing Sefanja 3: 16-17 (NBV21)
16 Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen:
‘Wees niet bang, Sion!
Laat de moed niet zinken!’
17 De HEER, je God, zal in je midden zijn,
Hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou,
in zijn liefde zal Hij zwijgen,
in zijn vreugde zal Hij over je jubelen.
We zingen “Agnus Dei” (Sela)
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, geef vrede, Heer, geef vrede overal.
Heer, geef vrede overal.
Evangelielezing Johannes 15: 1-17 (NBV21)
1 ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. 2 Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten voortbrengt. 3Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb. 4 Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven. 5 Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vruchten voortbrengen. Maar zonder Mij kun je niets doen. 6 Wie niet in Mij blijft is als een wijnrank die weggegooid wordt en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. 7 Als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. 8 De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vruchten voortbrengen en mijn leerlingen zijn.
9 Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: 10 je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. 11 Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12 Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. 13 Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. 14 Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg. 15 Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. 16 Jullie hebben niet Mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Dan zal de Vader je alles geven wat je Hem in mijn naam vraagt. 17 Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.
Stilte
Meditatief instrumentaal intermezzo
“Hosanna” en “Hij kwam bij ons heel gewoon”.
Jaron (Saxofoon)
Enkele woorden
Gebeden
We zingen Johan de Heer 150
1. Welk een vriend is onze Jezus,
die in onze plaats wil staan!
Welk een voorrecht, dat ik door Hem
altijd vrij tot God mag gaan.
Dikwijls derven wij veel vrede,
dikwijls drukt ons zonde neer,
juist omdat wij ’t al niet brengen
in ’t gebed tot onzen Heer.
2. Leidt de weg soms door verzoeking,
dat ons hart in ’t strijduur beeft,
gaan wij dan met al ons strijden,
tot Hem die verlossing geeft.
Kan een vriend ooit trouwer wezen
dan Hij, die ons lijden draagt?
Jezus biedt ons aan genezing;
Hij alleen is ’t, die ons schraagt.
3. Zijn wij zwak, belast, beladen,
en ter neer gedrukt door zorg!
Dierbr’e Heiland! Onze Toevlucht!
Gij zijt onze Hulp en Borg.
Als soms vrienden ons verlaten,
gaan wij biddend tot de Heer;
in zijn armen zijn wij veilig,
Hij verlaat ons nimmermeer.
Zegenwoord
Gezegend zij U door onze Heer die in ons midden is, de Held die u bevrijdt.
Uitleidend orgelspel
Uitloop in stilte
Stille Week viering
Dinsdag 31 maart 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: dhr. Martin van der Linden
Pianist: John Haasnoot
We bereiden ons voor in stilte
Begroeting
Wij begroeten elkaar in de naam van onze Heer die ons lief heeft gehad met Zijn volmaakte liefde.
Toelichting op de liturgische bloemschikking
We zingen Gezang 172: 1 & 4 (LvdK)
1. Een mens te zijn op aarde
in deze wereldtijd,
is leven van genade
buiten de eeuwigheid,
is leven van de woorden
die opgeschreven staan
en net als Jezus worden
die ’t ons heeft voorgedaan.
4. Een mens te zijn op aarde
in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden
die naar het leven leidt;
de mensen niet verlaten,
Gods woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde
de duivel wederstaan.
Bijbellezing Leviticus 19: 1–2, 17-18 (NBV21)
1 De HEER zei tegen Mozes: 2 ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want Ik, de HEER, jullie God, ben heilig.
[…]
17 Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 18 Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.
We zingen “Agnus Dei” (Lied 37 bundel 1938)
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Ontferm U onzer.
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Ontferm U onzer.
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Geef ons Uwen vrede. Amen.
Evangelielezing Johannes 13: 1-17, 34-35 (NBV21)
1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet om Jezus uit te leveren. 3 Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had. 6 Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult U niet wassen, nooit!’ Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.’ 9 ‘Dan niet alleen mijn voeten, Heer,’ antwoordde Simon Petrus, ‘maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie Hem zou uitleveren, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
12 Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’ vroeg Hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. 14 Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Werkelijk, Ik verzeker jullie, een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
[…]
34 Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’
Stilte
Meditatief instrumentaal intermezzo “Paasmedley”
Robert Buckert (gitaar)
Enkele woorden
Gebeden
We zingen Opwekking 268
Hij kwam bij ons, heel gewoon,
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
En in de tuin van de pijn
verkoos Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet
maar toch zei Hij: ‘Uw wil geschied’.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
Zie je de wonden zo diep.
De hand die aard’ en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg.
De Man, die onze zonden droeg.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
Wij willen worden als Hij.
Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er ned’rig en klein?
Die zal bij ons de grootste zijn.
Zie onze God, de Koning-knecht,
Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
Zegenwoord
Gezegend zij U door onze Heer die ons oproept heilig te zijn zoals Hij en onze naaste lief te hebben als onszelf.
Uitleidend orgelspel
Uitloop in stilte
Stille Week viering
Woensdag 1 april 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: ds. Anne Post
Organist: Wim van Duijn
We bereiden ons voor in stilte
Begroeting
Wij begroeten elkaar in de naam van onze Heer die ons bekend heeft gemaakt met de Vader en bidt voor Zijn liefde in ons.
Toelichting op de liturgische bloemschikking
We zingen Gezang 481: 1, 3 & 4
1. O grote God die liefde zijt,
o Vader van ons leven,
vervul ons hart, dat wij altijd
ons aan uw liefde geven.
Laat ons het zout der aarde zijn,
het licht der wereld, klaar en rein.
Laat ons uw woord bewaren,
uw waarheid openbaren.
3. Leer ons het goddelijk beleid
der liefde te beamen,
opdat wij niet door onze strijd
uw goede trouw beschamen.
Leg ons de woorden in de mond
die weer herstellen uw verbond.
Spreek zelf door onze daden
van vrede en genade.
4. Wij danken U, o liefde groot,
dat Christus is gekomen.
Wij hebben in zijn stervensnood
uw diepste woord vernomen.
Nog klinkt dat woord; het spreekt met macht
en het wordt overal volbracht
waar liefde wordt gegeven,
wij uit uw liefde leven.
Bijbellezing Ezechiël 36: 26-27 (NBV21)
26 Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. 27 Ik zal jullie mijn geest geven en ervoor zorgen dat jullie je aan mijn bepalingen houden en mijn regels naleven.
We zingen “Agnus Dei” (Sela)
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, geef vrede, Heer, geef vrede overal.
Heer, geef vrede overal.
Evangelielezing Johannes 17 (NBV21)
1 Nadat Jezus dit gezegd had, sloeg Hij zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U aan Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt. 5 Vader, verhef Mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond.
6 Ik heb uw naam bekendgemaakt aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan Mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7 en nu begrijpen ze dat alles wat U Mij hebt gegeven, van U komt. 8 Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden.
9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U Mij hebt gegeven, omdat zij van U zijn 10 – alles wat van Mij is, is van U, en alles wat van U is, is van Mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. 11 Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn. 12 Zolang Ik bij hen was heb Ik hen door uw naam, die U Mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die al verloren was, omdat de Schrift in vervulling moest gaan. 13 Nu kom Ik naar U toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. 14 Ik heb hun uw woord doorgegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook Ik niet bij de wereld hoor. 15 Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is. 16 Ze horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. 18 Ik zend hen naar de wereld, zoals U Mij naar de wereld hebt gezonden. 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de grootheid die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij: 23 Ik in hen en U in Mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U Mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U Mij liefhad.
24 Vader, U hebt hen aan Mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die U Mij gegeven hebt omdat U Mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U Mij hebt gezonden. 26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.’
Stilte
Meditatief instrumentaal intermezzo
“You raise me up”
Simon van Rijn (Bugel)
Enkele woorden
Gebeden
We zingen Opwekking 60: 1, 2 & 3
1. Voor uw liefde, Heer Jezus,
dank U wel.
Voor uw liefde, Heer Jezus,
dank U wel.
Wij aanbidden U, Heer.
U komt toe alle lof en eer.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
2. Voor uw woord van genade,
dank U wel.
Voor uw woord van genade,
dank U wel.
Heer, U maakte ons vrij.
In uw kracht overwinnen wij.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
3. Wij aanbidden U, Jezus,
Zoon van God.
Wij aanbidden U, Jezus,
Zoon van God.
Vul ons hart voor altijd,
met uw liefde en heerlijkheid.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
Zegenwoord
Gezegend zij U door onze Heer die ons een levend hart geeft en Zijn Geest, zodat we leven naar Zijn wil.
Uitleidend orgelspel
Uitloop in stilte
Stille Week viering
Donderdag 2 april 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: ds. Bas Bakelaar
Pianist: Wim Hagen
We bereiden ons voor in stilte
Begroeting
Wij begroeten elkaar in de naam van onze Heer die het lijden doorgaat en zijn vrienden en ons vrij laat gaan.
Toelichting op de liturgische bloemschikking
We zingen Gezang 182: 1 & 2 (LvdK)
1. Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
2. Gij die alles hebt gedragen
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
Bijbellezing Exodus 12: 13-14 (NBV21)
13 Maar jullie zal Ik voorbijgaan: aan het bloed zal Ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee Ik Egypte straf, jullie niet treffen.
14 Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.
We zingen “Agnus Dei” (Lied 37 bundel 1938)
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Ontferm U onzer.
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Ontferm U onzer.
Christus, Heilig Godslam, die der wereld zonden draagt,
Geef ons Uwen vrede. Amen.
Evangelielezing Johannes 18: 1-14 (NBV21)
1 Nadat Jezus dit alles gezegd had, ging Hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidron. Daar liep Hij een tuin in, met zijn leerlingen. 2 Judas, die Hem zou uitleveren, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. 3 Judas ging ernaartoe, samen met de cohort soldaten en een aantal dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 4 Jezus wist precies wat er met Hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ 5 Ze antwoordden: ‘Jezus van Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, die Hem kwam uitleveren, erbij stond. 6 Toen Hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. 7 Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus van Nazaret.’ 8 ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ 9 Zo moest zijn uitspraak in vervulling gaan: ‘Geen van hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik verloren laten gaan.’ 10 Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’
12 De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden Hem. 13 Ze brachten Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester, 14 en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één mens sterft voor het hele volk.’
Stilte
Meditatief instrumentaal intermezzo “Tschaikowsky’s Nocturne”
Hans Moolenburgh (Cello)
Enkele woorden
Gebeden
We zingen Psalm 33: 7 & 8
7. Heil hem, die hoopt in vrees en beven
op Gods genadig aangezicht.
Wie op zijn gunst vertrouwt zal leven,
God houdt het oog op hem gericht.
Ja, Hij kent de zijnen,
Hij laat niet verkwijnen
wie zijn hulp verbeidt.
Koninklijk van gaven
wil de Here laven
wie ontbering lijdt.
8. Wij wachten stil op Gods ontferming,
ons hart heeft zich in Hem verheugd.
Hij komt te hulp en geeft bescherming,
zijn heil’ge naam is onze vreugd.
Laat te allen tijde
uwe liefd’ ons leiden,
uw barmhartigheid.
God, op wien wij wachten,
geef ons moed en krachten
nu en voor altijd.
Zegenwoord
Gezegend zij U door onze Heer die ons voorbij gaat met Zijn dodelijke straf door de kracht van het bloed van het Lam.
Uitleidend pianospel
Uitloop in stilte
Stille Week viering | Heilig Avondmaal
Vrijdag 3 april 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: ds. Rien Roelofse
Organist: Wim van Duijn
We bereiden ons voor in stilte
Votum
Toelichting op de liturgische bloemschikking
Openingstekst:
‘Weet U dan niet dat ik de macht heb om U vrij te laten of U te kruisigen?’ Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over Mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die Mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus Hem vrijlaten. (Johannes 19: 10b t/m 12a)
We zingen Psalm 22: 1, 4 & 7
1. Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijf zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.
4. Gij die mijn ogen ’t levenslicht ontsloot,
mij hebt geroepen uit de moederschoot,
mij aan mijn moeders borst een rustplaats bood,
voor kwaad beveiligd,
Gij hebt mij U ten eigendom geheiligd.
Gij, die alleen mijn God zijt en mijn Vader,
blijf mij niet ver, want nu het onheil nadert
helpt mij niet één.
7. Het grauw dringt op, als honden van rondom,
doorboort mijn hand en voet en brengt mij om.
Mijn lijf verteerde tot de lege som
van mijn geraamte.
Zij kennen voor een stervende geen schaamte,
lachen hem uit die zich niet kan verweren,
en delen reeds, al dobbelend, zijn kleren,
hun tot een buit.
Gebed
1e Bijbellezing Jesaja 53: 1 t/m 10 (NBV21)
1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2 Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een scheut uit dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.
3 Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg en door ons werd verguisd en geminacht.
4 Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
De straf die hij onderging bracht ons vrede, zijn striemen gaven ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
8 Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
9 Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
10 Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor de schuld van anderen, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
We zingen Gezang 182: 1 & 2
1. Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
2. Gij die alles hebt gedragen
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
2e Bijbellezing Johannes 19: 1 t/m 16 (NBV21)
1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen mantel aan. 3 Ze liepen naar Hem toe en zeiden: ‘Gegroet, koning van de Joden!’, en ze sloegen Hem in het gezicht. 4 Pilatus ging weer naar buiten en zei: ‘Ik zal Hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5 Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is Hij, die mens,’ zei Pilatus. 6 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars Hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig Hem, kruisig Hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem Hem dan mee en kruisig Hem zelf, want ik zie niet waaraan Hij schuldig is.’ 7 De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat Hij moet sterven, omdat Hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ 8 Toen Pilatus dit hoorde, schrok hij hevig. 9 Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt U vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. 10 ‘Waarom zegt U niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet U dan niet dat ik de macht heb om U vrij te laten of U te kruisigen?’ 11 Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over Mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die Mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ 12 Vanaf dat moment wilde Pilatus Hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ 13 Toen Pilatus dit hoorde, liet hij Jezus naar buiten brengen. Zelf nam hij plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. 14 Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is Hij, uw koning.’ 15 Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met Hem, weg met Hem, aan het kruis met Hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ 16 Toen droeg Pilatus Hem aan hen over om Hem te laten kruisigen. Jezus werd weggevoerd;
We zingen Gezang 182: 3 & 5
3. Die gewillig waart ten dode,
in het duister van de pijn
U ten offer hebt geboden,
hoe verlaten moet Gij zijn,
troosteloos aan ’t kruis gehangen
opdat wij uw troost ontvangen.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
5. Koning tot een spot getekend
met een riet en doornenkroon,
bij de moordenaars gerekend
overstelpt met smaad en hoon,
opdat naar uw welbehagen
wij de kroon der ere dragen.
Duizend, duizenmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
3e Bijbellezing Johannes 19: 17 t/m 30 (NBV21)
17 Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze Hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo moest in vervulling gaan wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.
25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en haar zus, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat water met azijn; ze doopten er een spons in en brachten die, gestoken op een majoraantak, naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
We zingen Gezang 182: 4 & 6
4. Alle leed hebt Gij geleden,
Gij gedragen met geduld.
Als een worm zijt Gij vertreden
zonder schuld, om onze schuld,
opdat wij door U verheven
als verlosten zouden leven.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
6. Dank zij U, o Heer des levens,
die de dood zijt doorgegaan,
die Uzelf ons hebt gegeven
ons in alles bijgestaan,
dank voor wat Gij hebt geleden,
in uw kruis is onze vrede.
Voor uw angst en diepe pijn
wil ik eeuwig dankbaar zijn.
Verkondiging
We zingen Gezang 183: 1, 3 & 4
1. O hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon,
o hoofd zo wreed geschonden,
uw kroon een doornenkroon,
o hoofd eens schoon en heerlijk
en stralend als de dag,
hoe lijdt Gij nu zo deerlijk!
Ik groet U vol ontzag.
3. O Heer uw smaad en wonden,
ja alles wat Gij duldt,
om mij is het, mijn zonden,
mijn schuld, mijn grote schuld.
O God ik ga verloren
om wat ik heb gedaan,
als Gij mij niet wilt horen.
Zie mij in liefde aan.
4. Houdt Gij mij in uw hoede,
Gij die uw schapen telt,
o bron van al het goede,
waar uit mijn leven welt.
Gij die mijn ziel wilt laven
met liefelijke spijs,
Gij overstelpt met gaven
tot in het paradijs.
VIERING HEILIG AVONDMAAL
Bijbellezing 1 Korinthe 11: 23 t/m 26 (NBV21)
23 Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam Hij een brood, 24 sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 25 Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om Mij te gedenken.’ 26 Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.
Bediening Heilig Avondmaal
Bijbellezing 1 Johannes 1: 5 t/m 2: 2 (NBV21)
5 Dit is wat wij Hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. 6 Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. 7 Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde. 8 Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. 9 Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van al het onrecht dat wij bedrijven. 10 Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.
2-1 Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Maar mocht een van u zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
We zingen Gezang 192: 1, 2 & 6 (staande)
1. O kostbaar kruis, o wonder Gods,
waaraan de Prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots,
ik acht verlies wat ik verwierf.
2. Bewaar mij dat ik roemen zou
dan in mijns Heren Christi dood.
Al wat ik anders noemen zou
is niets bij dit mysterie groot.
6. De aarde zelf is veel te klein
voor wie U waarlijk loven wil.
Uw liefde is een groot geheim,
zij vraagt geheel mijn hart en ziel.
Dankgebed
Collecte
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters
4. Noden in eigen gemeente
(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/Wero)
We zingen Gezang 195: 1, 3 & 4
1. Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.
3. Hoe slaapt Gij nu,
die men zo ruw
aan ’t kruishout heeft gehangen.
Starre rotsen houden U,
rots des heils, gevangen.
4. ’t Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.
Zegen | gesproken ‘Amen’
De Paaskaars wordt gedoofd
Stilte (1 minuten)
Uitloop in stilte
Stille Week viering
Zaterdag 4 april 2026 om 19.30 uur
Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Voorganger: ds. Rien Roelofse
We bereiden ons voor in stilte
Begroeting
Wij begroeten elkaar in de naam van onze Heer wiens gebalsemde lichaam gewikkeld werd in linnen en werd begraven.
Toelichting op de liturgische bloemschikking
We zingen Psalm 141: 2 & 5
2. Laat, Heer, mijn gebed en mijn handen
geheven zijn, tot U gericht
als reukwerk voor uw aangezicht,
als offers die des avonds branden.
5. Slaat men mij in trouw aan de Here,
als olie op mijn hoofd zal ’t zijn,
een liefdedaad, een zoete pijn
waarvan ik mij niet af zal keren.
Bijbellezing Psalm 63: 2, 7-9 (NBV21)
2 God, U bent mijn God, U zoek ik,
naar U smacht mijn ziel,
naar U hunkert mijn lichaam
in een dor en dorstig land, zonder water.
[…]
7 Liggend op mijn bed denk ik aan U,
wakend in de nacht prevel ik uw naam.
8 U bent altijd mijn hulp geweest,
ik juich in de schaduw van uw vleugels.
9 Ik ben aan U gehecht, met heel mijn ziel,
uw rechterhand houdt mij vast.
We zingen “Agnus Dei” (Sela)
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons.
Lam van God, Lam van God,
dat de zonde der wereld draagt.
Heer, geef vrede, Heer, geef vrede overal.
Heer, geef vrede overal.
Evangelielezing Johannes 19: 38-42 (NBV21)
38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef van Arimatea – die een leerling van Jezus was, maar uit angst voor de Joden in het geheim – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een tuin, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.
Stilte
Enkele woorden
Gebeden
We zingen Opwekking 717
Stil, mijn ziel, wees stil,
en wees niet bang
voor de onzekerheid van morgen.
God omgeeft je steeds;
Hij is erbij
in je beproevingen en zorgen.
God, U bent mijn God
en ik vertrouw op U
en zal niet wank’len.
Vredevorst, vernieuw
een vaste geest binnenin mij,
die rust in U alleen.
Stil, mijn ziel, wees stil
en laat nooit los
de waarheid die je steeds omarmd heeft.
Wacht, wacht op de Heer;
de zwartste nacht
verdwijnt wanneer het daglicht doorbreekt.
God, U bent mijn God
en ik vertrouw op U
en zal niet wank’len.
Vredevorst, vernieuw
een vaste geest binnenin mij,
die rust in U alleen.
Ik rust in U alleen.
In U alleen.
Zegenwoord
Gezegend zij U door onze Heer, de God die we zoeken, die altijd onze hulp geweest is. Waaraan we ons hechten en wiens rechterhand ons vasthoudt.
Uitloop in stilte


