Dorpskerk Katwijk aan den Rijn

Zondagochtend 4 oktober 2026 om 10 uur

Voorganger: ds. M. Roelofse

Pianist/Organist: Johan Haasnoot

Orgelspel

Welkom & afkondigingen

Intochtslied Psalm 122: 1 & 3 (staande)
1. Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
toen men mij zeide: “Gord u aan
om naar des Heren huis te gaan!
Kom ga met ons en doe als wij!;”
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in,
u, Godsstad, mogen wij ontmoeten!
Jeruzalem, van ver aanschouwd,
wel saamgevoegd en welgebouwd,
o schone stede, die wij groeten.

3. Bidt heil toe aan dit Vredesoord;
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten!
Om al mijn broeders binnen u,
om ’s Heren tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.

Stil gebed – Votum & Groet

Thema “Geest van hoop en leven”

Kinderlied Elly & Rikkert “Zoals klei in de hand van de pottenbakker”

Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo ben jij in mijn hand, zegt de Heer.
Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo maak Ik jou een vat tot mijn eer.

Kneed mij, Here God,
ook als het soms wel eens pijn doet.
Kneed mij, Here God,
U weet precies hoe ik zijn moet.

Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo ben jij in mijn hand, zegt de Heer.
Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo maak Ik jou een vat tot mijn eer.

Kneed mij, Here God,
’k wil mij opnieuw aan U geven.
Kneed mij, Here God,
U maakt iets moois van mijn leven.

Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo ben ik in uw handen, o Heer.
Zoals klei in de hand van de pottenbakker,
zo maakt U mij een vat tot uw eer,
zo maakt U mij een vat tot uw eer.

Kindermoment
het Kinderkerk-thema van deze zondag:
“Jeremia bij de pottenbakker” (Jeremia 18:1-19:15)
De kinderen gaan naar de Younited kinderkerk

AFSCHEID & (HER)BEVESTIGING AMBTSDRAGERS

Afscheid
Alex Mens (Ouderling)
Lex van Rijn (Diaken)
Ingrid Wolthaus (Ouderling)

Formulier

Opwekking 518 (tweemaal in geheel)
Heer, U doorgrondt en kent mij;
mijn zitten en mijn staan
en U kent mijn gedachten,
mijn liggen en mijn gaan.
De woorden van mijn mond, o Heer,
die zijn voor U bekend
en waar ik ook naar toe zou gaan,
ik weet dat U daar bent.

Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij
en om mij heen.

Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij
en om mij heen, elke dag.

Vragen

Bevestigen
Léon Guijt (Diaken)

Herbevestigen
Jannita Perton-van Vliet (Ouderling)
Gerard van Rijn (Ouderling)
Peter van Rijn (Jeugdouderling)

Psalm 134: 3 (OB) (staande)
3. Dat 's HEEREN zegen op u daal';
Zijn gunst uit Sion u bestraal';
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren HEER

Gebed

Bijbellezing Ezechiël 37: 1 t/m 14 (NBV21)
1 Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en Hij zette mij neer in een dal vol beenderen. 2 Ik moest er aan alle kanten omheen lopen, en zo zag ik dat er verspreid over het dal heel veel beenderen lagen, die helemaal waren uitgedroogd. 3 De HEER vroeg mij: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ik antwoordde: ‘HEER, mijn God, dat weet U alleen.’ 4Toen zei Hij: ‘Profeteer, en zeg tegen deze beenderen: “Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER! 5 Dit zegt God, de HEER: Beenderen, Ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. 6Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Dan zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben.”’
7 Ik profeteerde zoals mij was opgedragen. Zodra ik dat deed hoorde ik een geluid, er klonk een geruis van botten die naar elkaar toe bewogen en zich aaneenvoegden. 8 Ik zag pezen zich aanhechten en vlees groeien, ik zag hoe er huid over de botten heen trok, maar ademen deden ze nog niet. 9Toen zei Hij tegen mij: ‘Profeteer tegen de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tegen de wind: “Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind, en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.”’ 10 Ik profeteerde zoals Hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun voeten staan: een onafzienbare menigte.
11 En Hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het volk van Israël. Het zegt: “Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden.” 12 Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, Ik zal jullie graven openen, Ik laat jullie uit je graven komen en Ik zal jullie naar het land van Israël brengen. 13 Mijn volk, als Ik je graven open en jullie uit je graven laat komen, zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben. 14 Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, Ik zal jullie in je eigen land laten wonen, en jullie zullen beseffen dat Ik de HEER ben. Wat Ik gezegd heb, zal Ik doen – zo spreekt de HEER.”’

Psalm 56: 1 & 4
1. Wees mij genadig, Heer, want een geweld
van vijanden staat rondom opgesteld
om, als ik machteloos lig neergeveld,
over mij heen te lopen.
Maar altoos als de angst mij heeft bekropen,
geprezen zij Gods woord dat mij doet hopen!
Wat zou een mens mij doen als ik kan roepen;
de Here is mijn held!

4. Geloften heb ik toegezegd, mijn God,
U die van aanstoot hebt verlost mijn voet,
laat mij nu voor de redding van de dood
lofoffers U betalen.
Geprezen zijt Gij, Heer, die telkenmale
de zon van uw gelaat voor mij deed stralen,
dat ik mag wandelen en ademhalen
in ’t licht dat leven doet!

Verkondiging

Opwekking 770 “Ik zal er zijn”
Hoe wonderlijk mooi is Uw eeuwige Naam.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is 'Ik ben' en 'Ik zal er zijn'.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen,
U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

'Ik ben die Ik ben' is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is 'Ik ben' en 'Ik zal er zijn'.

O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

'Ik ben die Ik ben' is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is 'Ik ben' en 'Ik zal er zijn'.
Uw naam is 'Ik ben' en 'Ik zal er zijn'.

Kinderen komen terug in de kerk

Dank & voorbeden

Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters


(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/Wero)

Slotlied Gezang 249: 1 & 3 (staande)
1. Wij leven van de wind
die aanrukt uit den hoge
en heel het huis vervult
waar knieën zijn gebogen,
die doordringt in het hart,
in de verborgen hof,
en uitbreekt in een lied
en opstijgt God ten lof.

3. Wij teren op het woord,
het brood van God gegeven,
dat mededeelzaam is
en kracht geeft en nieuw leven.
Dus zeg en zing het voort,
geef uit met gulle hand
dit manna voor elk hart,
dit voedsel voor elk land.

Zegen | “Amen, amen, amen”

Uitleidend orgelspel