Dorpskerk Katwijk aan den Rijn

Zondagavond 26 april 2026 om 18:30 uur

Voorganger: ds. B.P. Broeren, Katwijk aan Zee

Organist: Corné van Duijvenvoorde

Orgelspel

Welkom & afkondigingen

Intochtslied Psalm 146:1,4,5 (staande)
1. Zing, mijn ziel, voor God uw Here,
zing die u het leven geeft.
Zing, mijn ziel, uw God ter ere,
zing voor Hem zolang gij leeft.
Ziel, gij zijt geboren tot
zingen voor de Heer uw God.

4. Aan wie hongert geeft Hij spijze,
aan verdrukten recht gericht.
Wie geboeid zijn, Hij bevrijdt ze,
blinden geeft Hij het gezicht.
Hij geeft den gebukten moed
en heeft lief wie zijn wil doet.

5. Wees en weduw en ontheemde
doet Hij wonen op zijn erf.
Hij behoedt de weg der vreemden,
maar leidt bozen in ’t verderf.
Eeuwig Koning is de Heer!
Sion, zing uw God ter eer!

Stil gebed – Votum & Groet

Gezang 463:1,4,5
1. Heer’ die onze Vader zijt,
vergeef ons onze schuld.
Wijs ons de weg der zaligheid,
en laat ons hart, door U geleid,
met liefde zijn vervuld.

4. Leg Heer’, Uw stille dauw van rust,
op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust,
hoe schoon Uw vrede is.

5. Dat ons geen drift en pijn verblindt,
geen hartstocht ons verwart.
Maak Gij ons rein en welgezind,
en spreek tot ons in vuur en wind,
o stille stem in ’t hart.

Gebed

Bijbellezing Schriftlezing: Habakuk 1:1 – 2:1 (NBV21)
1 Profetie; het visioen dat de profeet Habakuk zag.

2 Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen en luistert U niet, moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen
en brengt U geen redding?
3 Waarom toont U mij dit onheil en ziet U deze ellende aan? Ik zie slechts verwoesting en geweld,
opkomende twist en groeiende tweedracht.
4 De wet wordt ondermijnd, het recht krijgt niet langer zijn loop, de wettelozen verdringen de rechtvaardigen, het recht wordt verdraaid.

5 Kijk naar de volken, let goed op, jullie zullen verbaasd zijn en verbijsterd!
Er gebeurt iets, nog tijdens jullie leven, iets zo uitzonderlijks dat je het niet zult geloven als het je wordt verteld.
6 Ik laat de Chaldeeën komen, dat grimmige, onstuimige volk, dat de hele aarde doorkruist om andermans woonplaatsen te bezetten.
7 Geducht en gevreesd is het, het stelt zijn eigen wet, vertrouwt op eigen macht.
8 Sneller dan panters zijn hun paarden, feller dan wolven in de avond.
Hun ruiters komen aangestormd, van ver komen ze aangevlogen, als gieren duiken ze op hun prooi.
9 Dat hele volk komt aangeraasd, met geweld rukt het op;
onstuitbaar als de oostenwind maakt het zo veel gevangenen als er zand is bij de zee.
10 Met koningen drijft het de spot, met aanvoerders speelt het een spel, om vestingen lacht het:
het werpt wat aarde op en neemt ze in.
11 Dan trekt het verder als een voortrazende stormwind. Maar boeten zal wie van zijn kracht zijn god maakt.

12 Bent U, HEER, niet altijd mijn God, mijn Heilige geweest? Wij zullen toch niet sterven?
Om het vonnis te voltrekken, HEER, hebt U de Chaldeeër opgeroepen, U hebt hem ertoe bestemd, o rots,
om ons te straffen.
13 Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom dan verdraagt U deze trouwelozen, zwijgt U, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?
14 Als vissen in de zee maakt U de mensen, als kruipende dieren zonder leider.
15 De Chaldeeër slaat ze allemaal aan de haak, sleept ze mee in zijn net, verzamelt ze in zijn fuik.
Daarom is hij blij en vrolijk, 16 brengt hij offers aan zijn net, brandt hij wierook voor zijn fuik,
alles voor een vette buit, een overvloedig maal.
17 Mag hij maar doorgaan zijn netten te legen, meedogenloos volken blijven vermoorden?

21 Ik ga staan op mijn wachttoren, betrek mijn post op het bolwerk,
kijk uit om te zien wat de HEER mij zal zeggen, wat Hij mij antwoordt op mijn verwijt.

Psalm 73:1,3
1. Ja, God is goed voor Israël,
is waarlijk goed, ik weet het wel,
voor ’t zuiver hart dat leeft in vrede.
Maar ik was bijna uitgegleden.
Mijn afgunst groeide met de dag,
daar ik der bozen voorspoed zag,
hoe moeiteloos hun leven is,
zo zonder kwelling en gemis.

3. Zij lopen rond met hoon en spot,
zij lachen om ons bitter lot.
Zij zeggen: Laat ons hen verdrukken !
Al wat zij doen lijkt te gelukken.
Zij dagen zelfs de hemel uit,
zij doen zo onbeschaamd, zo luid.
De hele aarde, zeggen zij,
ligt onder onze heerschappij.

Verkondiging

Gezang 285:1,2,3
1. Geef vrede, Heer, geef vrede,
de wereld wil slechts strijd.
Al wordt het recht beleden,
de sterkste wint het pleit.
Het onrecht heerst op aarde,
de leugen triomfeert,
ontluistert elke waarde,
o red ons sterke Heer.

2. Geef vrede, Heer, geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zo veel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst is zo duister
en ons geloof zo klein;
o Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

3. Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.

Apostolische geloofsbelijdenis (staande)

Weerklank 354 (staande)
1. Rust, mijn ziel! uw God is Koning,
heel de wereld Zijn gebied;
Alles wisselt op Zijn wenken,
maar Hij zelf verandert niet.

2. Ieder woelt hier om verandring,
en betreurt ze dag aan dag.
Hunkert naar het geen hij zien zal,
wenst terug ’t geen hij eens zag.

3. Rust, mijn ziel! uw God is Koning,
wees tevreden met uw lot;
Zie, hoe alles hier verandert,
en verlang alleen naar God.

Dank & voorbeden

Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters


(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/wero)

Slotlied Gezang 459:1,2,3,5,6 (staande)
1. Door de nacht van strijd en zorgen
schrijdt de stoet der pelgrims voort,
vol verlangen naar de morgen,
waar de hemel hen verhoort.

2. Lied’ren zingend vol vertrouwen
tot zij in het eeuwig licht
in elk ander mensen aanschouwen
’t lichten van Gods aangezicht.

3. Door de nacht leidt ons ten leven
licht dat weerlicht overal,
dat ons blinkend zal omgeven,
als ons God ontvangen zal.

5. Met één lied uit duizend monden
gaan wij zingend door de nacht,
door één Geest tesaam verbonden,
naar de kust waar God ons wacht.

6. Eén van hart en één van zinnen,
één in onze aardse strijd,
in ons hemels overwinnen,
één in tijd en eeuwigheid.

Zegen | “Amen, amen, amen”

Uitleidend orgelspel