Dorpskerk Katwijk aan den Rijn

Zondagavond 15 februari 2026 om 18:30 uur

Voorganger: ds. H.J.K. van Geerenstein, Rhoon

Organist: Sjaak van Duijn

Orgelspel

Welkom & afkondigingen

Intochtslied Psalm 100: 1 & 2 (staande)
1. Juicht Gode toe, bazuint en zingt.
Treedt nader tot gij Hem omringt,
gij aard’ alom, zijn rijksdomein,
zult voor den HEER dienstvaardig zijn.

2. Roept uit met blijdschap: “God is Hij.
Hij schiep ons, Hem behoren wij,
zijn volk, de schapen die Hij hoedt
en als beminden weidt en voedt.”

Stil gebed, Votum & groet,

Psalm 100: 3 & 4
3. Treedt statig binnen door de poort,
Hier staat zijn troon, hier woont zijn Woord.
Heft hier voor God uw lofzang aan:
Gebenedijd zijn grote naam.

4. Want God is overstelpend goed,
die ons in vrede wonen doet.
Zijn goedheid is als morgendauw:
elk nieuw geslacht ervaart zijn trouw.

Gebed om verlichting met de Heilige Geest

Bijbellezing uit het Oude Testament Job 1:6-22 (NBV21)
6 Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook de satan bevond zich onder hen. 7 De HEER vroeg hem: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 8 De HEER vroeg aan de satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’ 9 De satan antwoordde de HEER: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben? 10 U beschermt hem immers, evenals zijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt. 11 Maar als U uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij U ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken!’ 12 Toen zei de HEER tegen hem: ‘Luister, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’ Hierop vertrok de satan. 13 Toen Jobs zonen en dochters op een dag weer in het huis van hun oudste broer zaten te eten en te drinken, 14 kwam er een boodschapper bij Job en zei: ‘De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen, 15 maar plotseling werden we overvallen door de Sabeeërs, die het vee roofden en de knechten met hun zwaarden doodden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 16 Nog voordat de boodschapper uitgesproken was, kwam er een volgende met het bericht: ‘Een verwoestende bliksem uit de hemel trof de schapen en geiten en de knechten, en het vuur verbrandde en verteerde allen. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 17 En ook hij was nog niet uitgesproken of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 18 Ook deze boodschapper was nog niet uitgesproken of er kwam een volgende met het bericht: ‘Uw zonen en uw dochters zaten in het huis van hun oudste broer te eten en wijn te drinken. 19 Maar plotseling werd het huis getroffen door een hevige storm uit de woestijn, zodat de vier muren instortten, en uw kinderen onder het puin bedolven werden en de dood vonden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 20 Toen stond Job op, hij scheurde zijn kleren, schoor zijn hoofd kaal en wierp zich ter aarde. 21 En hij zei: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen, naakt zal ik tot de aarde terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’ 22 Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt.

Psalm 26: 1 & 4
1. O Heer, op wie ik pleit,
in mijn eenvoudigheid
heb ik geleefd, U toegewend.
Op U is al mijn hopen.
Ik leg mij voor U open,
die mij in hart en nieren kent.

4. O Heer, verstoot mij niet
als een die bloed vergiet,
of die zijn handen heeft gevuld
met schandelijke handel.
Onstraf’lijk is mijn wandel:
verlos mij, stel mij buiten schuld.

Bijbellezing uit Nieuwe Testament Lucas 13:1-5 (NBV21)
1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die Hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met dat van hun offerdieren. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat lot ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’

Gezang 447: 1, 3 & 6
1. God gaat zijn ongekende gang
vol donk’re majesteit,
die in de zee zijn voetstap plant
en op de wolken rijdt.

3. Geliefden Gods, schept nieuwe moed,
de wolken die gij vreest,
zijn zwaar van regen, overvloed
van zegen die geneest.

6. Hoe blind vanuit zichzelve is
het menselijk gezicht.
Godzelf vertaalt de duisternis
in eind’lijk eeuwig licht.

Verkondiging

Lied 942 (NLB)
1. Ik sta voor U in leegte en gemis,
vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.
Gij zijt mijn God, sinds mensenheugenis –
dood is mijn lot, hebt Gij geen and’re zegen?
Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?
Heer, ik geloof, waarom staat Gij mij tegen?

2. Mijn dagen zijn door twijfel overmand,
ik ben gevangen in mijn onvermogen.
Hebt Gij mijn naam geschreven in uw hand,
zult Gij mij bergen in uw mededogen?
Mag ik nog levend wonen in uw land,
mag ik U eenmaal zien met nieuwe ogen?

3. Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Open die wereld die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Geloofsbelijdenis Nicea-Constantinopel
Wij geloven in één God de almachtige Vader. Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle tijden.
licht uit licht, werkelijk God uit werkelijk God.
Geboren, niet geschapen, gelijk van wezen met de Vader, Alle dingen zijn door Hem ontstaan.
Hij is voor ons mensen en om onze verlossing neergedaald uit de hemel.
En is mens geworden door de heilige Geest en uit de Maagd Maria

Hij is voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven en is op de derde dag opgestaan, volgens de Schriften.
Hij is opgevaren naar de hemel: zit aan de rechterhand van de Vader.
en zal weer komen in heerlijkheid, om te oordelen over levenden en doden.
Aan zijn rijk zal geen einde komen.

Wij geloven in de Heilige Geest die Heer is en levend maakt die uitgaat van de Vader en samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt;
die gesproken heeft door de profeten.
En in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.
Wij belijden de ene doop tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende wereld. Amen.

Psalm 113: 1 & 2 (staande)
1. Prijst, halleluja, prijst den Heer,
gij ’s Heeren knechten, immermeer
moet ’s Heeren naam gezegend wezen.
Van waar de zon in ’t Oosten straalt,
tot waar z’ in ’t Westen nederdaalt,
zij ’s Heeren grote naam geprezen.

2. Ver boven aller volken trots
blinkt hemelhoog de glorie Gods.
Wie is als Hij, de Heer der heren?
Hij onze God, die troont zo hoog,
slaat op het diepste diep zijn oog.
Hemel en aarde moet Hem eren.

Dank & voorbeden

Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Diaconie Bible Leage


(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app of ideal/wero)

Slotlied Gezang 392: 1, 2, 3 & 5 (staande)
1. Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.

2. Wees bij mij, nu de dag ten einde spoedt.
Alles verdoft wat glans bezat en gloed.
Alles vervalt in ’t wisselend getij,
maar Gij die eeuwig zijt, blijf mij nabij.

3. U heb ik nodig, uw genade is
mijn enig licht in nacht en duisternis.
Wie anders zal mijn leidsman zijn dan Gij?
In nacht en ontij, Heer, blijf mij nabij.

5. Houd, Heer, uw kruis hoog voor mijn brekend oog,
licht in het duister, wijs de weg omhoog.
Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
In dood en leven, Heer, wees Gij nabij.

Zegen | “Amen, amen, amen”

Uitleidend orgelspel