Dorpskerk Katwijk aan den Rijn
Zondagavond 29 maart 2026 om 18:30 uur
Voorganger: ds. J.A.A. Geerts, Ridderkerk
Organist: Henk van Voorst
Orgelspel
Welkom & afkondigingen
Intochtslied Gezang 189 (LvdK) (staande)
1. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders,
waar is toch uw almacht thans,
waar uw goddelijke glans?
2. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en zijn sterven zaligt mij.
3. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis.
Zou ik dan in droeve dagen
troostloos klagen?
Als ik naar zijn kruis mij richt,
valt mijn eigen last mij licht.
4. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis!
’k Heb mij, Heer, voor dood en leven
U gegeven.
Laat mij dan in vreugd en pijn
met U in gemeenschap zijn.
Stil gebed – Votum & Groet
Psalm 42: 5 & 6
5. Laat zijn trouw de dag verblijden
en zijn lied de duisternis.
Tot Hem roep ik in mijn lijden,
die de God mijns levens is;
Vaste grond van mijn bestaan,
waarom ziet Gij mij niet aan?
Moet ik onder ’s vijands slagen
thans dit somber rouwkleed dragen?
6. God, dit zal mijn hart doorboren,
dit gaat mij door merg en been –
van mijn vijand moet ik horen:
“God is ver, gij staat alleen!”
Honend vraagt men dag en nacht”:
“Waar is God, dien gij verwacht?”
In verdrukking moet ik leven,
door mijn vijanden omgeven.
Geloofsbelijdenis (staande)
Psalm 3: 1 (staande na GB)
1. O Heer, de vijand stelt
zijn overmacht in ’t veld
en staat mij naar het leven.
Ook hoor ik overal
dat niets mij baten zal
daar God mij heeft begeven.
Maar, Heer, Gij zijt mijn schild.
Ik heb bij U geschuild
met opgerichten hoofde.
Uit Sions heilig oord
kwam steeds uw wederwoord
als ik U riep en loofde.
Gebed
Schriftlezing Johannes 19: 17-30 (HSV)
17 En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij de stad uit naar de plaats die Schedelplaats genoemd wordt en in het Hebreeuws Golgotha.
18 Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden.
19 En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN.
20 Dit opschrift dan lazen velen van de Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks en in het Latijn.
21 De overpriesters van de Joden dan zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning van de Joden.
22 Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.
23 Nadat de soldaten dan Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn kleren en maakten vier delen, voor elke soldaat een deel, en zij namen ook het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, van bovenaf als één geheel geweven.
24 Zij dan zeiden tegen elkaar: Laten wij dat niet scheuren, maar laten wij erom loten voor wie het zal zijn. Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden dat zegt: Zij hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en over Mijn kleed hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de soldaten gedaan.
25 En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder, de zuster van Zijn moeder, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
26 Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.
27 Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis.
28 Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst!
29 Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, omwikkelden die met hysop en brachten die aan Zijn mond.
30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
Psalm 22: 1 & 7
1. Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijf zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.
7. Het grauw dringt op, als honden van rondom,
doorboort mijn hand en voet en brengt mij om.
Mijn lijf verteerde tot de lege som
van mijn geraamte.
Zij kennen voor een stervende geen schaamte,
lachen hem uit die zich niet kan verweren,
en delen reeds, al dobbelend, zijn kleren,
hun tot een buit.
Verkondiging
thema “Jezus’ naaktheid
1. Teken van schande
2. Bedekking van schuld”
Lied 189a: 1, 2 & 3 (ELB)
1. Vaste rots van mijn behoud,
als de zonde mij benauwt,
laat mij steunen op uw trouw,
laat mij rusten in uw schauw,
waar het bloed door U gestort,
mij de bron des levens wordt.
2. Jezus, niet mijn eigen kracht,
niet het werk door mij volbracht,
niet het offer, dat ik breng,
niet de tranen, die ik pleng,
schoon ik ganse nachten ween,
kunnen redden, Gij alleen.
3. Zie, ik breng voor mijn behoud
U geen wierook, mirre of goud;
moede kom ik, arm en naakt,
tot de God, die zalig maakt,
die de arme kleedt en voedt,
die de zondaar leven doet.
Dank & voorbeden
Collecte:
1. Diaconie
2. Eredienst
3. Kerkrentmeesters
(klik op de afbeelding om te geven via de kerk-app óf via iDEAL/wero)
Slotlied Lied 836 (JdH) (staande)
1. Op die heuvel daarginds
stond een ruw-houten kruis,
het symbool van vervloeking en schuld;
Maar dat kruis werd de mens
tot het kostbaarst kleinood,
daar Gods wet aan dat hout werd vervuld.
‘k Klem mij daarom aan Golgotha’s kruis,
tot de Heer komt en met Hem het loon;
als die grote dag aanbreekt
en Hij ons dat kruis,
dan verwisselt voor d’ eeuwigheidskroon.
2. O, dat ruw-houten kruis,
door de wereld gesmaad,
heeft een wond’re bekoring en macht;
want Gods Zoon liet Zijn troon,
Hij droeg smaadheid en hoon,
om de vreugd’ die dat kruis voor ons bracht.
‘k Klem mij daarom aan Golgotha’s kruis,
tot de Heer komt en met Hem het loon;
als die grote dag aanbreekt
en Hij ons dat kruis,
dan verwisselt voor d’ eeuwigheidskroon.
3. Van dat ruw-houten kruis,
met het bloed van Gods Zoon,
straalt een licht dat door niets wordt gedoofd;
vol van schoonheid en pracht,
vol van reddende kracht,
voor een ieder die in Hem gelooft.
‘k Klem mij daarom aan Golgotha’s kruis,
tot de Heer komt en met Hem het loon;
als die grote dag aanbreekt
en Hij ons dat kruis,
dan verwisselt voor d’ eeuwigheidskroon.
4. Help mij Heer aan dat kruis,
trouw te zijn tot de dood,
ook als hier smaad en spot is mijn loon;
want dat kruis droeg mijn straf,
nam de schuld van mij af;
’t werd de toegang voor mij tot Gods troon.
‘k Klem mij daarom aan Golgotha’s kruis,
tot de Heer komt en met Hem het loon;
als die grote dag aanbreekt
en Hij ons dat kruis,
dan verwisselt voor d’ eeuwigheidskroon.
Zegen | “Amen, amen, amen”
Uitleidend orgelspel
